|
Historie infectiepreventie | Als WORD bestand |
Terug |
|
Een hygiënische reis door de eeuwen heen… In den beginne schiep God hemel en aarde….. Op dat tijdstip was hygiëne nog niet nodig. Wanneer de mens echter ten tonele verschijnt begint de hygiëne als een rode draad in zijn verdere ontwikkeling te lopen. Het wordt een verhaal van een permanent streven naar verbetering van de eigen leefsituatie, ondanks vele obstakels. Een lang aanslepende weg, waarin weinig kennis bestaat over het ontstaan van ziekten en infecties. Pas vanaf 1850 worden de grondbeginselen van het ontstaan van ziekten op wetenschappelijke basis gelegd en gevolgd door een steeds sneller wordende maalstroom van kennis op alle gebied. De geschiedenis van de hygiëne wordt een onmiskenbaar verhaal van streven naar verbetering, naar "kwaliteit". De oudste archeologische vondsten dateren van ongeveer 4500 vóór Christus. In het Babylonische-Assyrische Rijk werden in opgravingen riolerings- en waterleidingssystemen vrijgelegd. Maar ook in verschillende Indussteden werden naast spoelclosets ook waterleidings-, en rioleringssystemen aangetoond (d.d 3000 vóór Christus) De Egyptenaren (1500) staan bekend om hun hoge cultuur. Rituelen en ceremonies speelden een grote rol. Hun hogepriesters zijn de grondleggers van de individuele hygiëne. Daarnaast staat ook bekend dat de Egyptenaren heel wat geneeskundige kennis hadden. Het spalken van beenfracturen, het uitvoeren van schedeltrepanaties om hematomen te ontlasten, tandheelkundige ingrepen enz…konden dmv röntgenstralen bij mummies vastgesteld worden. Maar ook behandelingsmethoden bij sommige infectieziekten konden aangetoond worden. In het Oude Testament (1200 tot 400 vóór Christus) worden in de boeken (Numeri, Deuteronomium, Leviticus) van Moses, die als Joods vondelingetje bij de farao’s achtergelaten werd, heel wat hygiënische adviezen gegeven,bijv:
Veel van deze joodse overleveringen werden door de Arabieren overgenomen en verfijnt en later in de Sharia, het islamitisch wetboek, vervat. Van de Grieken is bekend dat ze een hoge cultuur en vele wijsgeren rijk waren. Eėn van hen was Hippokrates van Kos. Hij stelde vast dat in bepaalde gebieden bepaalde ziekten bij veel mensen tegelijkertijd voorkomen of dat ziekten zich verspreiden in een bepaald gebied. Hij maakte een onderscheid tussen een epidemie en een endemie. Pythagoras, welbekend om zijn hypotenusa, was niet alleen een vermaard mathematicus maar was ook op andere vlakken actief zoals het denkers wel eigen is. Zo stelde hij vast dat in moerasachtige gebieden een bepaalde ziekte vaak voorkomt (het handelde hier om malaria. Het woord malaria is opgebouwd uit ""mal air"à slechte lucht. Tot in de 19de eeuw dacht men dat ziektes via de lucht overgedragen werden). Daarom adviseerde Pythagoras om deze vochtige gebieden droog te leggen om zo deze ziekte te omzeilen. Rome, ook gebouwd op moerasachtig grond werd gedraineerd. Het waterleidingsysteem van de Romeinen was 80 km lang en elke Romein beschikte over 140 l water per dag. Daarnaast werd Rome bestuurd door een stadraad die richtlijnen uitsprak over verschillende thema’s zoals: het begraven van doden buiten de stadsmuren, het regelen van het levensmiddelverkeer, het begraven van uitwerpselen enz. De Romeinen gebruikten ook halfcirkelvormige open spoelclosets, waar verschillende mensen tegelijk konden deelnemen in een onderonsje. Naast hun beroemde waterleidingsysteem bouwden de Romeinen ook een rioleringssysteem de "cloaca maxima", waarvan een gedeelte vandaag de dag nog in gebruik is. Van Galen, een vermaard Romeins arts, legde reeds het verband tussen hygiëne en therapie. Tijdens de val van Rome vindt een echte volksverhuizing plaats, heel wat inwoners rond het Middellandse-Zeegebied trekken weg uit hun woonplaats en gaan Europa landinwaarts opzoeken, terwijl uit het hoge noorden volkeren naar het zuiden trekken. Deze trektocht duurt verschillende eeuwen en op deze weg worden belangrijke hygiënisch regels overboord geworpen. De persoonlijke hygiëne, die de Romeinen zo eigen was, raakte in vergetelheid toen het christendom zijn intrede nam. De oorzaak was, dat men de religieuze overtuigingen veel belangrijker achtte dan de persoonlijke hygiëne omdat het geestelijk leven een veel hogere en belangrijkere waarde toegemeten werd. Uit die tijd dateren bepaalde heiligen zoals de heilige Agnes, die er prat op ging dat ze nooit een bad nam, of de heilige Ediltruda, die alleen op feestdagen een bad nam (De eigenlijke badcultuur zal pas weer met de kruisvaarders ingang vinden). Het hoeft geen betoog en ook niet veel fantasie dat ziektes hoogtij vierden, als je bedenkt dat uitwerpselen niet meer begraven werden, geen persoonlijke hygiëne meer uitgeoefend werd, straten eng en modderig bleven, alle afvalproducten op straat achtergelaten werden en dat mens en dier in dezelfde ruimten leefden. Pest en pokken namen hun intrede en teisterden Europa eeuwenlang. Ontelbare mensen lieten hun leven in deze donkere tijden (bijv.: alle bewoners van Cyprus stierven uit). Niemand vermoedde dat de rattenvlooien de oorzaak van de pest waren. Veeleer heerste de bedenking dat het een straffe Gods was. Een episode van zelfkastijding, het invoeren van processies, het aanbidden van hemellichamen brak aan in de hoop dat deze vloek weldra een einde zou nemen. Ziekenhuizen bestonden in die tijd nog niet. Het waren monniken die hun kloosters voor een gedeelte open stelden voor de arme bevolking. Op deze manier ontstond er een gecontroleerde afzondering buiten stadsmuren. Bedelaars, wezen maar ook koeriers maakten van deze overnachtingsmogelijkheden gebruik. Het is beslist niet ondenkbeeldig dat op deze manier heel wat besmettelijke ziektes versneld in andere gebieden verspreid werden Eėn van de eerste ziekenhuizen op het Europese vasteland is het Hotel Dieu (700 na C) in Parijs. Het is een groot ziekenhuis met een opnamecapaciteit van 1255 bedden maar in bepaalde periodes werden meer dan 5000 patiënten geteld. Dezen lagen ook met meerderen in ėėn bed en een Engels arts op studiereis vermeldde in zijn rapport dat vele zieken na verloop van tijd aan dezelfde ziekte schijnen te lijden. Volgens de toenmalige deskundigen stonden zieken, die geplaagd werden door vlooien en luizen, voor een nakend genezingsproces. De "verpleegkundigen" in deze ziekenhuizen, waren vrijwilligers die in het kader van de barmhartigheid de zieken wensten te helpen. Maar zij hadden snel herkend dat al te lang verblijf tussen deze mensen hen zelf ziek kon maken. Daarom werden in bepaalde periodes lange gewaden met een cape gedragen, in de hoop dat ze op deze manier beschermd konden worden voor de "miasmen" (slecht lucht). Soms werden ook sponsjes in de mond gehouden die gedrenkt waren met azijn om op deze manier de lucht uit hun ademhalingswegen te houden. Dit zijn ongetwijfeld de voorlopers van de neusmondmaskers en de schorten. In de Middeleeuwen werden de pestgebieden vaak ‘uitgerookt". Dit gebeurde, omdat men op deze wijze, de slecht lucht hoopte te ontgiften. Om dezelfde reden werd er in de katholieke kerk het gebruik van wierook ingevoerd. Het is vernoemenswaardig dat pas in de 20ste eeuw vastgesteld werd dat er in rook een tamelijk hoog gehalte aan formaldehyde voorkomt. Een reductie van ziekteverwekkers door deze maatregel was dus zeker niet uit te sluiten. Venetië voerde (1650) de quarantaine (Quaranta Giorni= veertig dagen) in en een stadsraad werd opgericht met het doel orde op zaken te stellen. Deze eiste isolering van 40 dagen van de zieken. Indien de patiënt herstelde kon de isolatie opgeheven worden en indien de patiënt overleed werd de woning platgebrand, geen personen- of materiaalvervoer in dat gebied toegelaten en werd de dode snel in een massagraf begraven. De operatieve geneeskunde was in Europa opvallend zwak vertegenwoordigd. Chirurgen uit die tijd (cheirurgeo (Grieks): met de hand verrichten) waren mensen die een achtergrond als beul, smid of barbier hadden. Het waren charlatans die, gedreven door winstbejag, niet terugdeinsden om links en rechts ledematen te amputeren, tanden te trekken en wonderzalven en -drankjes aan de man te brengen. Deze mensen bleven nooit lang ter plekke en verplaatsten zich snel met huifkarren van oord tot oord om woedende familieleden te ontlopen, die jacht op hen maakten omdat zij hun dierbaren aan twijfelachtige operaties verloren hadden. Deze kwakzalvers werkten immers met vuil instrumentarium en vuile verbanden die van patiënt tot patiënt gedragen werden. Toch waren er desondanks stadraden, die een bepaald chirurg uitnodigden om zich in hun stad te vestigen. Hier ging het dan meestal om diegene die toch enkele genezingsresultaten op zijn actief staan had. Op deze manier ontstonden ambulatoria, de poliklinieken. In 1675 vond Antonie van Leeuwenhoek het microscoop uit. Het was weliswaar reeds eerder uitgevonden maar Antonie werkte met dit instrument (600-malige vergroting) en was ėėn van de eersten die bloed en urine onder de loep legde. In die tijd werd dit als een perversiteit beschouwd. Toch raakte het microscoop in de vergetelheid en verscheen pas veel later ten tonele. Tot op het einde van de 18de, begin 19de eeuw was er geen gefundeerde wetenschappelijke kennis over micro-organismen. Er werd algemeen aangenomen dat ziekten via slechte lucht werden overgedragen, de zogenaamde miasmen. De pest raasde weliswaar uit over de eeuwen heen, maar andere ziekten traden weer op de voorgrond zoals: difterie, pokken, tuberculose, typhus….(de napoleontische oorlog eiste door typhus minstens 100.000 doden op). In de ziekenhuizen waren wondinfecties doodsoorzaak nummer één. Men noemde het ook wel "hospitaalbrand". Het waren echter deze epidemieën die artsen en wetenschappers rusteloos naar de mogelijke oorzaken lieten zoeken. Ignaz Semmelweis, de grondlegger van de handdesinfectie, was een Hongaars arts in een Weens ziekenhuis. Zijn vriend, een patholoog anatoom, overleed door een infectie die hij had opgelopen nadat een assistent hem per ongeluk verwondde. Dit gebeurde met hetzelfde scalpel waarmee de student net een sectie uitgevoerd had bij een zopas aan kraambedkoorts overleden patiënte. Ignaz Semmelweis legde al vlug de link met overdracht van ziekteverwekkers via de handen. In maart 1847 eiste hij (citaat):"Vanaf vandaag, de 15de mei 1847, is elk arts of student die van de sectiekamer komt, verplicht, vóór het betreden van de ruimtes van de kraamkliniek, de handen te wassen in een teil chloorwater die vóór de ingang staat. Dit geldt voor iedereen. Zonder uitzondering." Het sterftecijfer werd door deze maatregel in één jaar tijd van 31% naar 1,27 teruggebracht. Joseph Lister (1827- 1917) een Schots chirurg had bij heel wat patiënten amputaties van de ledematen uitgevoerd. Jammer genoeg verloren velen het leven na deze operaties door wondinfecties. Zo kwam Lister op het idee om in de OK karbol te verstuiven daar hij ervan overtuigd was dat de lucht verantwoordelijk was voor de infecties. Ook op het wondverband druppelde hij karbol. Na verwijdering van het wondverband stelde hij vast dat er reeds snel een wondgenezingsproces op gang gekomen was. De intrede van de antiseptica was begonnen…. Robert Koch (1843-1910) een uiterst vlijtig Duits huisarts heeft heel intensief met het microscoop gewerkt en ondekte een heel andere wereld. Hij, de grondlegger van de medisch microbiologie (postulaten van Koch), ontdekte de tubercelbacil en de choleravibrionen en legde daarnaast de wondetiologie vast. Illustere figuren volgden hem op zoals Pasteur, Nightingale, Fuerbringer (chirurgische handdesinfectie), von Mikolicz (OK- handschoenen) en nog vele, vele anderen…. Vandaag leven wij op een hoog niveau in een hoogtechnologisch tijdperk. Desondanks houdt het streven naar verbetering van onze leefwereld nooit op. Omdat kwaliteit steeds een voorwaartse beweging betekent. |